Differential Scanning Calorimetry (DSC) is een meettechniek om warmtestromen van en naar een monster (typisch 5 tot 20 mg) te meten. Daarbij laat men het proefmonster een nauwkeurig vastgesteld temperatuurverloop doorlopen.

 

Men kan het bijvoorbeel met 2 graden per minuut laten opwarmen, maar ook ingewikkelder temperatuurprofielen zijn mogelijk. In de eenvoudigste vorm levert deze meting een grafiek op, waarin de warmtecapaciteit van het monster is uitgezet tegen de temperatuur. De warmtecapaciteit kan ook worden omgerekend naar de soortelijke warmte van de onderzochte stof.

 

Het meten gebeurt in een DSC cel, een oventje dat gecontroleerd verwarmd en gekoeld kan worden (-170 tot 750 C). Differential betekent in dit geval dat er gemeten wordt ten opzichte van een meestal lege referentie. Het monster bevindt zich in een meetpannetje, de referentie is een identiek leeg pannetje.

Feitelijk wordt tijdens de meting het verschil in temperatuur gemeten tussen monster en referentie. Door middel van een kalibratie met een geschikte stof waarvan de overgangswarmte exact bekend is (vaak Indium) wordt uit het gemeten temperatuursverschil de warmtestroom berekend.

 

DSC wordt zeer breed toegepast. De techniek is niet alleen geschikt om smelt en kristallisatie (smelten kost energie, bij kristallisatie komt warmte vrij) te meten. DSC wordt o.a. toegepast om zuiverheid en polymorfie van farmaceutische stoffen te meten, de glasovergang van een polymeer, oxidatiestabiliteit, liquid fraction, uithardingsreacties, denaturatie van eiwitten, etc. Afhankelijk van wat gemeten dient te worden kan men opwarmend of koelend en eventueel isotherm meten. Tegenwoordig zijn alle DSC instrumenten computergestuurd en beschikt men bij het apparaat over uitgebreide evaluatiesoftware.

 

Navigatie
Vestigingen

Language ( Dutch)
English 
Vertaal

Informatie
Informatie aanvraagInformatie aanvraag

Adresgegevens

webmaster
Login